ECLI:NL:RBROT:2025:10633
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening vergoeding Catshuisregeling kinderopvangtoeslag
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van Dienst Toeslagen om haar geen vergoeding van € 30.000,- toe te kennen onder de Catshuisregeling, omdat in het verleden minder dan € 1.500,- aan kinderopvangtoeslag is teruggevorderd.
De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang vanwege de financiële en mentale problemen van verzoekster, waaronder een schuld van ruim € 27.000,- en beslaglegging op haar bankrekening. Desondanks voldoet verzoekster niet aan de voorwaarden voor vergoeding omdat er in 2010 een terugvordering van € 643,- heeft plaatsgevonden, wat onder de grens van € 1.500,- valt.
Verzoekster beroept zich op de hardheidsclausule wegens vermeende fouten door de Belastingdienst/Toeslagen, maar de voorzieningenrechter vindt geen aanwijzingen voor fouten. De kinderopvangtoeslag in 2010 is terecht teruggevorderd en in 2011 heeft verzoekster zelf de toeslag stopgezet. Het verzoek wordt daarom afgewezen en Dienst Toeslagen hoeft geen vergoeding te betalen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor vergoeding onder de Catshuisregeling wordt afgewezen.