ECLI:NL:RBROT:2025:10635
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verplaatsing opvang Oekraïense ontheemde
Verzoekster verblijft in een zelfstandige woonunit op een opvanglocatie voor ontheemde Oekraïners. Eind 2024 ontstonden spanningen tussen haar en haar ex-partner, wat leidde tot een aanwijzing van het locatiemanagement om beiden te verplaatsen. De ex-partner volgde dit op, verzoekster niet.
Het college besloot verzoekster per 19 augustus 2025 te verplaatsen naar een andere woonplek binnen de opvanglocatie. Verzoekster vroeg een voorlopige voorziening om in haar huidige unit te mogen blijven totdat op haar beroepschrift is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende spoedeisend belang heeft, omdat zij ook na verplaatsing opvang behoudt en er geen zekerheid is over haar verblijf op langere termijn door geplande veranderingen en loting. Tevens is het besluit niet evident onrechtmatig; het college heeft aannemelijk gemaakt dat de gespannen situatie en veiligheid binnen de opvanglocatie dit rechtvaardigen.
Het college heeft rekening gehouden met verzoeksters belangen door een zelfstandige slaapkamer nabij beveiliging aan te bieden. Verzoekster's psychische toestand en angst zijn meegewogen, maar de voorzieningenrechter acht de nieuwe locatie adequaat en de afstand tot haar huidige buren gering.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, waardoor verzoekster haar huidige verblijfplek moet verlaten. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verzoekster moet haar huidige verblijfplek verlaten.