De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarbij de huurder werd veroordeeld tot betaling van huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurder betwist de hoogte van de huurachterstand en voert aan dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een verslaving en financiële problemen, de ontbinding niet rechtvaardigen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van € 2.761,46 met rente betaald moet worden, omdat de huurder dit niet voldoende heeft betwist. De ontbinding van de huurovereenkomst wordt bevestigd vanwege de ernstige betalingsachterstand van ongeveer zes maanden, ondanks de omstandigheden van de huurder. Een terme de grâce wordt niet toegekend wegens onvoldoende onderbouwing van betaling binnen afzienbare tijd.
De woning is reeds ontruimd op basis van een ander verstekvonnis, maar dit heeft nog geen gezag van gewijsde. De gebruiksvergoeding wordt toegewezen tot en met april 2025, omdat de verhuurder de vordering heeft beperkt tot die periode. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 357,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.