Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 januari 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de op de zitting door Univé overgelegde specificatie.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen Univé Zorg en een verzekerde over een betalingsachterstand van zorgpremies en zorgkosten over de periode april 2019 tot januari 2020. Univé stelde dat de gedaagde meerdere betalingsregelingen niet was nagekomen en vorderde betaling van de openstaande bedragen inclusief rente en kosten.
De gedaagde betwistte de niet-nakoming van de betalingsregelingen en weigerde de aanvullende kosten te betalen. Tijdens de zitting op 12 augustus 2025 werd vastgesteld dat de gedaagde een schuld had van €1.041,80, die niet werd betwist. De incassokosten werden afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat aan de wettelijke eisen voor aanmaning was voldaan.
De kantonrechter veroordeelde de gedaagde tot betaling van de achterstand en de wettelijke rente van €148,39 tot 2 januari 2025. Na verrekening van reeds betaalde bedragen resteerde een schuld van €499,29. Daarnaast werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten van €823,62. Omdat de gedaagde inmiddels een nieuwe betalingsregeling van €25 per maand is overeengekomen, werd bepaald dat de bedragen niet ineens opeisbaar zijn zolang de regeling wordt nagekomen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €499,29 plus rente en proceskosten, met een nieuwe betalingsregeling van €25 per maand.