Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[eiser 1] ,
2..[eiser 2] ,
1..[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de akte van eisers van 13 juni 2025;
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte te Rotterdam waarbij de huurder een huurachterstand had opgebouwd tot en met 31 maart 2025. Voor de mondelinge behandeling was deze achterstand volledig ingelopen, waardoor eisers alleen nog vorderden tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten, contractuele boetes en rente.
De huurder erkende twee keer te laat te hebben betaald, maar betwistte de hoogte van de boetes en de noodzaak van de procedure. De kantonrechter oordeelde dat de boetes verschuldigd zijn voor elke maand waarin de huur te laat werd voldaan, ongeacht dat de achterstand later is ingelopen. De gevorderde incassokosten werden gematigd tot het bedrag dat op het moment van de incassohandeling verschuldigd was.
De rente over de huurachterstand werd afgewezen omdat de contractuele boete een gefixeerde schadevergoeding is die de rente vervangt. De procedurekosten werden aan de huurder opgelegd omdat zij voor het grootste deel in het ongelijk werd gesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van contractuele boetes, gematigde incassokosten en proceskosten; rente wordt afgewezen.