Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 februari 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de e-mail van Woonstad van 2 juli 2025, met bijlagen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt sinds juni 2016 een woning van Stichting Woonstad Rotterdam en heeft een huurachterstand van €5.813,22, oplopend tot ruim 11 maanden inclusief de lopende huur. Woonstad eist betaling van de achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De huurder stelt dat zij inmiddels een stabiel inkomen heeft via een WW-uitkering en hulp zoekt voor haar financiële problemen, waaronder een intake voor beschermingsbewind. Zij betwist niet de hoogte van de achterstand, maar verzet zich tegen ontbinding en ontruiming, stellende dat dit onredelijk is en verzoekt om een termijn om de achterstand te voldoen.
De kantonrechter oordeelt dat de achterstand ernstig is en dat de persoonlijke omstandigheden van de huurder voor haar eigen risico komen. Er is geen bewijs dat zij daadwerkelijk stappen heeft gezet om haar schulden te regelen, zoals het instellen van beschermingsbewind. Daarom is ontbinding gerechtvaardigd en wordt geen termijn toegekend. De huurder moet de achterstand betalen, de woning binnen 14 dagen ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen tot de ontruiming.
De kantonrechter wijst de vordering tot rente en incassokosten af vanwege een oneerlijke bepaling in de algemene voorwaarden van Woonstad. De proceskosten van €1.336,45 worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder moet de huurachterstand betalen en de woning binnen 14 dagen ontruimen.