De Vereniging van Eigenaars (VvE) vordert betaling van een eenmalige extra bijdrage van €2.916,67 van de gedaagde, eigenaar van een appartement in Rotterdam. De gedaagde betwist het bedrag en voert aan dat er geen werkzaamheden aan haar appartement worden uitgevoerd, waardoor zij betaling opschort.
De rechtbank oordeelt dat het besluit tot extra bijdragen op 7 mei 2024 rechtsgeldig en onherroepelijk is, omdat de gedaagde niet binnen de wettelijke termijn bezwaar heeft gemaakt. Het verweer dat werkzaamheden aan het appartement ontbreken en daarom betaling kan worden opgeschort, wordt niet onderbouwd en faalt.
De rechtbank wijst de vordering van de VvE toe, inclusief buitengerechtelijke incassokosten van €504,17 en wettelijke rente over het bedrag vanaf de dag van dagvaarding. De gedaagde wordt ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.246,38. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat geen veroordeling tot betaling van toekomstige bijdragen.