In deze zaak vordert de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van een huurachterstand van €1.889,04. De huurder erkent de achterstand, legt persoonlijke omstandigheden uit en heeft een deel betaald. Daarnaast vordert de huurder in reconventie huurprijsvermindering wegens gebreken aan het gehuurde, met name vochtproblemen door lekkages.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand is betaald en dat niet is aangetoond dat een nieuwe achterstand bestaat. De ontbinding wordt daarom afgewezen omdat de tekortkoming niet ernstig genoeg is en de huurder anders op straat zou komen te staan. De gebreken aan het gehuurde zijn onbetwist en niet hersteld; de verhuurder heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de huurder niet meewerkt aan herstel.
De huurprijs wordt met 50% verminderd vanaf de datum waarop de gebreken zijn gemeld. De verhuurder moet de buitengerechtelijke incassokosten van €342,86 terugbetalen omdat geen veertiendagenbrief is gestuurd. De proceskosten worden grotendeels aan de verhuurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.