Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- [schuldeiser 1], vertegenwoordig door LAVG;
- [schuldeiser 2], hierna te noemen: [schuldeiser 2].
- verzoeker;
- mevrouw S. Ramlal, werkzaam bij Geldplein (hierna te noemen schuldhulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een gedwongen schuldregeling gevraagd op grond van artikel 287a Faillissementswet, nadat twee schuldeisers niet instemden met zijn aangeboden akkoord. Het aanbod betrof een eenmalige uitkering aan schuldeisers gebaseerd op een saneringskrediet en een minimale afloscapaciteit van €65 per maand, gesubsidieerd door een SPUK-regeling, omdat verzoeker destijds een opleiding volgde zonder inkomen.
Tijdens de procedure bleek dat verzoeker inmiddels is gestopt met zijn opleiding en 30 uur per week werkt, waardoor hij over eigen inkomsten beschikt die niet in het voorstel zijn verwerkt. Schuldeisers stelden dat het aanbod onvoldoende zekerheden bood en dat een wettelijke schuldsaneringsregeling betere waarborgen gaf.
De rechtbank oordeelde dat het voorstel niet het maximaal haalbare is, omdat de gewijzigde situatie niet is meegenomen en de afloscapaciteit waarschijnlijk hoger is dan voorgesteld. Hierdoor wegen de belangen van de weigeraars zwaarder dan die van verzoeker en de overige schuldeisers.
Daarom werd het verzoek om een gedwongen schuldregeling afgeworpen. De rechtbank zal later een beslissing nemen over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen omdat het aanbod niet het maximaal haalbare is.