Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 augustus 2024, met bijlagen;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord;
- het aanvullende schriftelijke antwoord, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen woningstichting Samenwerking Vlaardingen en een huurster over de vraag of de huurster recht heeft op een huurprijsverlaging vanwege een laag inkomen. De huurster had een verzoek tot huurprijsverlaging ingediend bij de huurcommissie, die dit verzoek toewijst en de huurprijs verlaagt van € 678,66 naar € 577,91 per maand.
Samenwerking Vlaardingen betwist dit en start een procedure bij de kantonrechter, stellende dat de huurster niet voldoet aan de inkomenseis van artikel 54a lid 4 Woningwet. De kantonrechter oordeelt dat de huurster onvoldoende heeft aangetoond dat haar bruto-inkomen binnen de toegestane grens valt. Uit de overgelegde uitkeringsspecificaties en een inkomensverklaring blijkt een verschil van bijna € 8.000 bruto inkomen dat niet is verklaard.
De kantonrechter concludeert dat de huurster niet in aanmerking komt voor huurprijsverlaging en verklaart dat de kale huurprijs per 1 juli 2024 € 713,27 bedraagt. Het verzoek om inzage in bankafschriften wordt niet behandeld omdat aan de voorwaarden voor dat incident niet is voldaan. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De huurprijs wordt per 1 juli 2024 vastgesteld op € 713,27 omdat de huurster niet voldoet aan de inkomenseis voor huurprijsverlaging.