Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzittingen
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 meer subsidiair en 4 ten laste gelegde, waarbij de pleegperiode voor het onder 1 en 2 meer subsidiair ten laste gelegde wordt beperkt van 15 mei 2019 tot en met 1 november 2020 en voor het onder 4 ten laste gelegde van 15 mei 2019 tot en met 6 december 2022;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.
4.Geldigheid dagvaarding
5.Waardering van het bewijs
die negen” mee te nemen en uit het onderzoek is gebleken dat er voor de vakantie op Ibiza, met uitzondering van betaling van de reissom, geen geld is afgeschreven van de rekeningen van de verdachte en haar zus. De rechtbank wijst op de verdere inhoud van dit telefoongesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 1] waarin wordt gesproken over het reserveren van een VIP-tafel bij een feest waar Armin van Buuren zou draaien à raison van € 3.000,-. Gezien het voorgaande ligt het in de rede om “die negen” te verstaan als € 9.000,-.
hier” (de rechtbank begrijpt: op Schiphol) niet veel wordt gecontroleerd. Door het observatieteam wordt gezien dat [medeverdachte 1] een witkleurig gevuld tasje van 20x30 centimeter uit haar kofferbak pakt, waarna zij achterin de auto stapt naast [medeverdachte 4] en verdachte wegrijdt. Even later wordt [medeverdachte 4] afgezet bij Departures 3. Als [medeverdachte 4] er bij de Douane uit wordt gehaald en gevraagd wordt hoeveel geld hij bij zich heeft, verklaart hij dat het € 20.000,- is en van hemzelf is. Deze verklaring is alleen al hoogst merkwaardig omdat het bedrag dat hij bij zich draagt, iets meer dan € 100.000,- is. Tot slot wijst de rechtbank op het gesprek dat verdachte met [naam 1] heeft op 13 oktober 2022 in de avond rond 20:05 uur waarin ze zegt dat ze nog niks hebben gehoord en dat haar zus zit te stressen, maar dat “
hij” pas om kwart over acht landt.
het grote huis” en wordt geschreven “
100.000 vooraf!”. Op 1 november 2022 schrijft [medeverdachte 1] : “
die 50 met [medeverdachte 5] is afgehandeld” en op 3 november 2022 vraagt ze of het is afgehandeld waarop [naam 2] antwoordt dat [medeverdachte 5] heeft geaccepteerd en een deel in Nederland zal afgeven en een deel zelf zal brengen.
[medeverdachte 5]10050”. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte vanuit de kluis € 50.000,- aan [medeverdachte 1] heeft gegeven die het weer aan [medeverdachte 5] heeft afgegeven om dit naar [medeverdachte 4] in Kosovo te brengen als betaling voor een door [medeverdachte 1] en haar zus aangeschafte woning.
Vak 10.000” en “
[medeverdachte 5]10050” aangetroffen. Die laatste aantekening past bij de WhatsApp communicatie tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] waarin [medeverdachte 1] op 31 oktober 2022 zegt dat ze voor vandaag geen 100 maar 50 heeft en een chat van 3 november 2022 waarin wordt gezegd dat [medeverdachte 5] heeft geaccepteerd, een deel in Nederland zal afgeven en een deel zelf zal brengen.
neem dit even mee, neem dat even mee”) en dat haar zus haar wel kan beschuldigen dat ze het zelf heeft gedaan, waarbij het weer gaat over de contante stortingen op haar rekening, maar dat haar zus het ook gewoon wist.
Nee, maar zonder mij, alleen redt zij dit niet. Zij kan het niet alleen, dat is het hele probleem. Snap je. Dus heeft zij mij nodig. Dat weet zij”.
op één of meer tijdstippenin
of omstreeksde periode van
15 mei 2019tot en met 6 december 2022
te Rotterdam en/of te Makreshi i Epërm, althansin Nederland en
/ofin
, althans alleen,
een of meer voorwerpen (tassen,sieraden
, goud,encontante geldbedragen
van in totaal in elk geval € 400.000,00)en
onroerend goed (een of meerappartementen
)
/ofvoorhanden gehad en
/ofdaarvan de werkelijke aard en
/ofde herkomst heeft verhuld, terwijl zij wist
dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze voorwerpen en
/ofdit onroerend goed onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig
(eigen)misdrijf.
6.Strafbaarheid feit
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straffen
9.In beslag genomen voorwerpen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
6 (zes) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaren;
taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
60 (zestig) dagen;
- gelast de teruggave aan verdachte van: