ECLI:NL:RBROT:2025:10727
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig betalen griffierecht in zaak Wet hersteloperatie toeslagen
Opposante stelde verzet in tegen de uitspraak van 31 januari 2025, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. De rechtbank behandelde het verzet op 4 september 2025, waarbij opposante betwistte dat de griffierechtnota haar gemachtigde had bereikt en verweerde zich tegen het niet tijdig voldoen van het griffierecht.
De rechtbank overwoog dat de griffierechtnota aanvankelijk aangetekend was verzonden, maar retour kwam omdat deze niet was opgehaald. Vervolgens werd de nota per gewone post verzonden, waarbij de termijn voor betaling niet opnieuw aanving. Opposante betwistte de ontvangst van de brieven, maar slaagde er niet in aannemelijk te maken dat een afhaalbericht niet was achtergelaten. Bovendien was het griffierecht ook na de gewone postzending niet betaald.
De rechtbank concludeerde dat het verzet onvoldoende was onderbouwd en dat een zitting niet tot een ander oordeel zou leiden. Het reële besluit dat inmiddels was genomen, werd niet betrokken in deze procedure omdat een tweede beroep wegens niet tijdig beslissen was ingesteld. Het verzet werd ongegrond verklaard, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring in stand bleef.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig betalen van het griffierecht blijft in stand.