De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het voorbereiden en invoeren van een grote hoeveelheid crystal meth in Nederland. De tenlastelegging betrof het medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van 262,84 kilogram crystal meth en voorbereidingshandelingen daartoe.
Het bewijs bestond onder meer uit WhatsApp-berichten, telefoongegevens, en stemherkenning van spraakberichten. De verdachte werd in verband gebracht met twee telefoonnumers die betrokken waren bij communicatie over de drugslading. Daarnaast was er een schietincident waarbij verdachte en een ander betrokken waren, waarbij verdachte ernstig gewond raakte.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de omstandigheden verdacht waren, het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte de gebruiker was van het relevante telefoonnummer en daadwerkelijk deelnam aan de gesprekken. De stemherkenning werd als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld vanwege de korte fragmenten, taalverschillen, omstandigheden van opname en gebrek aan deskundigheid van de verbalisant.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De zaak benadrukt het belang van zorgvuldig bewijswaardering, vooral bij stemherkenning als bewijsmiddel.