Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 juni 2024, met producties;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie, met producties;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties.
Rechtbank Rotterdam
Na de echtscheiding is de gezamenlijke woning aan de man toegewezen onder de voorwaarde dat hij deze binnen vier maanden zou financieren. Dit is niet gelukt vanwege een BKR-registratie. De vrouw vordert dat de man meewerkt aan de verkoop van de woning, wat de man weigert.
De man verzoekt uitstel van de verkoop op grond van artikel 3:178 lid 3 BW Pro, stellende dat hij anders dakloos wordt en zijn eenmanszaak niet kan voortzetten. De rechtbank oordeelt dat deze vordering niet ontvankelijk is omdat dit verzoek niet tijdig bij de bevoegde rechter is ingediend en de eerdere beschikking gezag van gewijsde heeft.
De rechtbank wijst de vordering van de vrouw toe en veroordeelt de man tot medewerking aan de verkoop, toelating van bezichtigingen en het verlaten van de woning bij nalaten van medewerking. De man moet ook meewerken aan de verdeling van de overwaarde na verkoop. Proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop van de woning en het verlaten daarvan bij nalaten van medewerking.