Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
2.De beoordeling
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Rotterdam
Eisers, familie van de overleden erflater, vorderden in kort geding dat gedaagde de woning van de erflater zou ontruimen en dat eiser sub 2 gebruik mocht blijven maken van de woning. Het kort geding werd een dag voor de mondelinge behandeling ingetrokken nadat gedaagde een conclusie van antwoord indiende met diverse verweren.
Gedaagde maakte aanspraak op proceskosten, omdat zij een beslissing hierover wenste ondanks de intrekking. De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking niet automatisch het einde van de procedure betekende, omdat gedaagde tijdig had aangegeven een beslissing over proceskosten te willen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat eisers als in het ongelijk gestelde partij moeten worden beschouwd, omdat zij het kort geding introkken zonder uitstel te vragen, terwijl zij wel gelegenheid hadden gehad om op het verweer te reageren. De proceskosten werden begroot op €1.616,00, bestaande uit griffierecht, salaris advocaat en nakosten, en eisers werden veroordeeld deze binnen veertien dagen te betalen.
De voorzieningenrechter verwierp het verweer van eisers dat proceskosten gecompenseerd moesten worden vanwege familierechtelijke betrekkingen en oordeelde dat er geen sprake was van misbruik van procesrecht door eisers. De kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eisers worden veroordeeld tot betaling van €1.616,00 aan proceskosten aan gedaagde.