ECLI:NL:RBROT:2025:10795
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor verlaging aflossingsbedrag schuld college
Verzoekster heeft een schuld van €31.721,42 bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, ontstaan door een lening in 2022 op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen. Zij vroeg uitstel van betaling en kwijtschelding, waarop het college het aflossingsbedrag heeft vastgesteld op €100 per maand voor de periode van 1 juni 2025 tot en met 31 mei 2026. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om het aflossingsbedrag voorlopig te verlagen.
De voorzieningenrechter constateerde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege de wisselende inkomsten van verzoekster en haar financiële verplichtingen, waaronder een hoge huur en andere schulden. Het college motiveerde dat het aflossingsbedrag niet lager kon worden vastgesteld omdat verzoekster onvoldoende informatie over de besteding van de lening had verstrekt en geen aantoonbare pogingen had gedaan om ook bij andere schuldeisers het aflossingsbedrag te verlagen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college het bedrag van €100 per maand terecht had vastgesteld en dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. Tevens werd verzoekster aangeraden contact op te nemen met schuldhulpverlening en deel te nemen aan de hoorzitting over het bezwaar tegen het besluit. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om het aflossingsbedrag te verlagen wordt afgewezen.