ECLI:NL:RBROT:2025:10804

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
ROT 25/5045
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 8:87 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging begunstigingstermijn last onder dwangsom wegens geuroverlastmaatregel

Het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee legde op 25 juni 2025 aan verzoekster een last onder dwangsom op vanwege overtreding van een maatwerkvoorschrift over geur (voorschrift 1.2.4). Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Bij uitspraak van 7 augustus 2025 verlengde de voorzieningenrechter de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom tot vier weken na verzending van die uitspraak, maar wees het verzoek om voorlopige voorziening verder af. Verzoekster stelde beroep in tegen het collegebesluit van 22 augustus 2025 dat haar bezwaar ongegrond verklaarde.

Tijdens de zitting van 27 augustus 2025 werd vastgesteld dat de begunstigingstermijn op 4 september 2025 zou verstrijken, terwijl de voorzieningenrechter niet tijdig uitspraak kon doen op het verzoek om voorlopige voorziening in zaak ROT 25/5653. Gezien de zware financiële gevolgen voor verzoekster en het belang van het voorkomen van geuroverlast, besloot de voorzieningenrechter ambtshalve de begunstigingstermijn te verlengen tot de datum van uitspraak in zaak ROT 25/5653.

Deze verlenging maakt het mogelijk dat de uitspraak in de voorlopige voorziening kan worden afgewacht zonder dat verzoekster dwangsommen verbeurt. De voorzieningenrechter verwachtte spoedig uitspraak te doen na 4 september 2025.

Uitkomst: De begunstigingstermijn van de last onder dwangsom wordt verlengd tot de datum van uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/5045

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 september 2025 in de zaak tussen

[verzoekster], uit Hellevoetsluis, verzoekster

(gemachtigde: mr. J. Geelhoed),
en
het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee, DCMR Milieudienst Rijnmond, het college.
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel:
[persoon 1]uit Hellevoetsluis,
[persoon 2]uit Hellevoetsluis,
[persoon 3]uit Hellevoetsluis,
[persoon 4]uit Hellevoetsluis,
[persoon 5]uit Hellevoetsluis,
[persoon 6]uit Hellevoetsluis,
[persoon 7]uit Hellevoetsluis,
[persoon 8]uit Hellevoetsluis en
[persoon 9]uit Rockanje.

Inleiding

1. Met het besluit van 25 juni 2025 heeft het college aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
Bij uitspraak van 7 augustus 2025 heeft de voorzieningenrechter de aan de last onder dwangsom verbonden begunstigingstermijn verlengd tot vier weken na de dag waarop de uitspraak naar partijen is verzonden en het verzoek om voorlopige voorziening voor het overige afgewezen.
1.2.
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter ambtshalve of de bij uitspraak van 7 augustus 2025 getroffen voorziening moet worden gewijzigd. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt het mogelijk de uitspraak zonder zitting te doen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het college heeft aan de met het besluit van 25 juni 2025 opgelegde dwangsom overtreding van voorschrift 1.2.4 van de door het college aan verzoekster gestelde maatwerkvoorschriften over geur ten grondslag gelegd.
3. Verzoekster heeft tegen dit maatwerkvoorschrift bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om voorschrift 1.2.4 van de door het college gestelde maatwerkvoorschriften over geur bij wijze van voorlopige voorziening (ROT 25/5663) te schorsen. Het college heeft het bezwaar van verzoekster met het besluit van 22 augustus 2025 ongegrond verklaard. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Het verzoek om voorlopige voorziening is behandeld ter zitting van 27 augustus 2025.
4. De voorzieningenrechter heeft tijdens de zitting van 27 augustus 2025 vastgesteld dat de aan de last onder dwangsom verbonden begunstigingstermijn verstrijkt op 4 september 2025. Het lukt de voorzieningenrechter niet om voor het verstrijken van deze begunstigingstermijn uitspraak te doen op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak ROT 25/5653 en zodoende duidelijkheid te verschaffen over de houdbaarheid van (de aan de last onder dwangsom ten grondslag gelegde overtreding van) voorschrift 1.2.4 van de gestelde maatwerkvoorschriften.
5. Gelet op het feit dat uitvoering van de last onder dwangsom voor verzoekster zwaarwegende (financiële) gevolgen heeft, acht de voorzieningenrechter het aangewezen om met toepassing van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb ambtshalve de bij uitspraak van 7 augustus 2025 getroffen voorziening te wijzigen in die zin dat de aan de last onder dwangsom verbonden begunstigingstermijn wordt verlengd tot en met de datum waarop uitspraak wordt gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening met zaaknummer ROT 25/5653. Het belang van het voorkomen van geuroverlast is groot maar in dit geval laat de voorzieningenrechter het belang van verzoekster, die heeft verzocht om schorsing van het aan de last onder dwangsom ten grondslag gelegde artikel 1.2.4 van de maatwerkvoorschriften, zwaarder wegen, zodat de uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak ROT 25/5653 kan worden afgewacht zonder dat er al dwangsommen worden verbeurd. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat die uitspraak spoedig na 4 september 2025 wordt verwacht.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijzigt de bij uitspraak van 7 augustus 2025 getroffen voorziening door de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom van 25 juni 2025 te verlengen tot en met de datum waarop uitspraak wordt gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening met zaaknummer ROT 25/5653.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Vogtschmidt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.V. Baan-de Vries, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.