Eiseres, voormalig SWV-medewerker, diende een WIA-uitkering aan wegens gezondheidsklachten na twee Covid-infecties. Het UWV kende haar een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering toe met een mate van 48,49%, gebaseerd op een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die een werkcapaciteit van 6 uur per dag en 30 uur per week vaststelde.
Eiseres betwistte dit en stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt is vanwege ernstige post-Covid vermoeidheidsklachten, onderbouwd met deskundigenrapporten. De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de urenbeperking niet verder is beperkt, gezien het consistente dag/weekverhaal en de ernst van de klachten.
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben de beperkingen vastgesteld, maar de rechtbank vindt de motivering van de urenbeperking ontoereikend, mede gelet op eerdere communicatie met de bedrijfsarts. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt het UWV op een nieuwe medische en arbeidskundige beoordeling uit te voeren.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten, inclusief gedeeltelijke vergoeding van deskundigenrapportkosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.G.L. de Vette op 28 januari 2025.