ECLI:NL:RBROT:2025:10848
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging gemeentelijke opvang zonder spoedeisendheid
Verzoekster heeft tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie bezwaar gemaakt omdat zij geen recht heeft op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55/EG). Nadat het bezwaar is afgewezen, heeft zij beroep ingesteld en vervolgens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om te voorkomen dat zij uit de gemeentelijke opvang wordt gezet.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek kennelijk ongegrond is omdat er geen onverwijlde spoed bestaat. Hoewel verzoekster door het beëindigen van de opvang gescheiden zal worden van haar partner en haar recht om te werken verliest, kan zij aanspraak maken op opvang in het kader van haar lopende asielprocedure. Er is geen concrete onderbouwing waarom zij niet op een andere opvanglocatie kan verblijven.
Ook het verlies van het recht om te werken wordt niet als spoedeisend belang erkend, aangezien verzoekster nooit een verblijfsrecht op grond van de Richtlijn heeft gehad. Gezien deze omstandigheden wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.