Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer [persoon A] , echtgenoot van verzoekster;
- de heer [persoon B] , schuldhulpverlener;
- de heer Z. Rahini, beschermingsbewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft op 7 april 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP). Tijdens de zitting van 21 augustus 2025 zijn verzoekster, haar echtgenoot, een schuldhulpverlener en een beschermingsbewindvoerder gehoord.
Verzoekster was tot eind 2024 zelfstandig ondernemer en is sinds januari 2025 in loondienst als verpleegkundige. Haar schuldenlast bedraagt ruim € 284.000. Zij is onder beschermingsbewind gesteld en woont sinds april 2025 met haar echtgenoot in een nieuwbouwwoning van circa € 638.000. Ondanks waarschuwingen van schuldhulpverlening heeft zij deze woning aangekocht en is zij niet bereid deze te verkopen.
De rechtbank overweegt dat verzoekster niet te goeder trouw heeft gehandeld door selectief schulden te voldoen om een hypotheek te verkrijgen en door het aankopen van een woning met hoge lasten terwijl er beslag op haar salaris ligt. Er bestaat gegronde vrees dat zij niet aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen, mede door haar geringe afloscapaciteit en het niet nakomen van haar informatieplicht.
Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van een saneringsgezinde houding wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende vertrouwen in nakoming van verplichtingen.