Eiseres, gedupeerde van de toeslagenaffaire, heeft een aanvraag ingediend voor overname van geldschulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister heeft aanvankelijk een deel van de schulden overgenomen, waarna bezwaar en beroep volgden. Tijdens de procedure heeft de minister meerdere keren besloten eerder afgewezen schulden alsnog over te nemen.
Na het laatste bestreden besluit is er geen geschil meer over welke schulden de minister moet overnemen. Hierdoor heeft eiseres geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep, waardoor de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaart.
De rechtbank oordeelt dat de minister de proceskosten van eiseres moet vergoeden, omdat hij haar tegemoet is gekomen door de schulden alsnog over te nemen en er geen bijzondere omstandigheden zijn die van vergoeding afwijken. Hoewel eiseres in beroep nieuwe stukken overlegde, was de noodzaak tot beroep niet uitsluitend aan haar toe te rekenen.
De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van €1.814,-. De uitspraak is gedaan door rechter Ferwerda en griffier Huisman op 16 september 2025.