Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 15 mei 2025 en de daarbij door partijen overgelegde spreekaantekeningen;
- de aanhouding van het kort geding voor overleg tussen partijen;
- de akte wijziging/aanvulling van eis van [eiser] , met producties 19 en 20;
- de akte reactie van [gedaagde] , met één productie;
- de voortzetting van de mondelinge behandeling op 2 september 2025 en de daarbij door [eiser] overgelegde spreekaantekeningen.
2.De feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
De voorzieningenrechter ziet geen aanwijzingen dat er, anders dan [gedaagde] stelt, nog verdere informatie bij [gedaagde] voorhanden is. Wat er ook zij van de verbazing en/of het ongeloof van [eiser] hierover en diens stelling dat deze wijze van dossiervoering niet deugt, [gedaagde] kan niet worden veroordeeld tot het verstrekken van gegevens en informatie die zij niet heeft. De wijze van dossiervoering van [gedaagde] is in dit geding geen onderwerp van beoordeling. In dit kort geding moet worden volstaan met de aanname dat verdere gegevens niet voorhanden zijn.
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
5.De beslissing
1861/1694