ECLI:NL:RBROT:2025:11087
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onduidelijkheid opleidingsniveau middenstandsdiploma in WGA-uitkering
Eiser kreeg zijn WGA-loonaanvullingsuitkering beëindigd door het UWV, waarna bezwaar werd gemaakt en gedeeltelijk gegrond verklaard. De kern van het geschil betrof het vaststellen van het opleidingsniveau van eiser, die in 1983 het middenstandsdiploma behaalde. De basisinformatie CBBS vermeldt dit oude diploma niet, waardoor onduidelijkheid bestaat of het opleidingsniveau 3 of 4 betreft.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde het niveau op 5, gebaseerd op AI-gegevens en informatie van ROC Nederland, maar de rechtbank verwierp deze gronden wegens gebrek aan onderbouwing en onduidelijkheid over de relatie tussen het oude diploma en de nieuwe opleidingen. De rechtbank gaf eiser het voordeel van de twijfel en bepaalde dat het UWV bij hernieuwde beoordeling moet uitgaan van opleidingsniveau 3.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het UWV op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze vaststelling. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. De uitspraak benadrukt dat dit niet betekent dat eiser volledig arbeidsongeschikt wordt geacht, maar dat het UWV opnieuw de verdiencapaciteit moet vaststellen op basis van het juiste opleidingsniveau.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV moet opnieuw beslissen uitgaande van opleidingsniveau 3.