Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mr. D.W.E. Urbanus, werkzaam bij Urbanus Advocatuur, advocaat van verzoeker;
- C. van Zwienen, Zonder Zorgen Advies en Bewindvoering B.V., beschermingsbewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. Hij staat sinds augustus 2025 onder beschermingsbewind en heeft zijn huurbetalingen, zij het soms te laat, voldaan. De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot dat een executiedatum aankondigt.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die via schuldhulpverlening zijn schulden wil regelen en voldoende inkomen heeft om de huur te betalen, zwaarder dan het belang van verweerster die het ontruimingsvonnis wil uitvoeren. De lopende huurtermijnen zijn voldaan en met beschermingsbewind wordt tijdige betaling gewaarborgd.
De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden met de voorwaarde dat de huurbetalingen tijdig blijven. Tevens wordt het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw niet-ontvankelijk verklaard vanwege het lopende minnelijk traject. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening.
Uitkomst: Moratorium van zes maanden toegewezen en ontruiming van de huurwoning opgeschort onder voorwaarde van tijdige huurbetaling.