ECLI:NL:RBROT:2025:11171

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 augustus 2025
Publicatiedatum
22 september 2025
Zaaknummer
C/10/704537 / FA RK 25-5960
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:242a BWArt. 1:250 lid 2 BWArtikel 12 Wet beëdigde tolken en vertalers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor minderjarige na overlijden moeder en voogdijverlening

De rechtbank Rotterdam heeft op 14 augustus 2025 een beschikking gegeven waarin een bijzondere curator is benoemd voor een minderjarige die onder voogdij is gesteld van een gecertificeerde instelling na het overlijden van haar moeder. De moeder werd overleden aangetroffen en de vader is verdachte in de strafzaak rond dit overlijden. De minderjarige verblijft op een geheim adres en heeft een ernstig trauma opgelopen.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om de GI te belasten met de voorlopige voogdij en tevens om een bijzondere curator te benoemen. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen en benadrukt het belang van zorgvuldige afweging omtrent contact tussen de minderjarige en haar vader, die in voorlopige hechtenis zit. De bijzondere curator zal het belang van het kind behartigen en onderzoek doen naar de wenselijkheid en vorm van contact.

De benoeming van de bijzondere curator geldt voor een periode van één jaar. De vader, die zonder advocaat aanwezig was, gaf aan zijn dochter bij zijn zus te willen plaatsen en na zijn vrijlating voor haar te willen zorgen. De rechtbank heeft de benoeming uitvoerbaar bij voorraad verklaard en gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Bijzondere curator benoemd voor een jaar om het belang van de minderjarige te behartigen en contact met de vader te onderzoeken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/704537 / FA RK 25-5960
Datum uitspraak: 14 augustus 2025
Beschikking van de kinderrechter
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de spoedbeschikking van 1 augustus 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de vader;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;
  • een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon B] .
1.3.
Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Poolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van M.M. Lukomski, tolk in de Poolse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld hij is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Pro de Wet beëindigde tolken en vertalers

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 1 augustus 2025 is [voornaam minderjarige] onder voogdij gesteld van de GI.
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op een geheim adres.
2.3.
De moeder van [voornaam minderjarige] is op [overlijdensdatum] in Schiedam overleden aangetroffen.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt de GI te belasten met de voorlopige voogdij over [voornaam minderjarige] en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dit verzoek is reeds toegewezen in de spoedprocedure. In het verzoek benoemt de Raad verder dat wenselijk is dat voor [voornaam minderjarige] een bijzondere curator wordt benoemd.
3.2.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] heeft een ernstig trauma opgelopen door het overlijden van de moeder en de aanhouding van de vader als verdachte. [voornaam minderjarige] is alleen met haar overleden moeder aangetroffen. Het is van belang dat beslissingen in het belang van [voornaam minderjarige] kunnen worden genomen en dat de regie over haar situatie wordt gevoerd. Voor haar is direct acute traumahulpverlening ingezet.

4.Het standpunt van de vader

4.1.
De vader is zonder advocaat verschenen in deze civiele procedure die over [voornaam minderjarige] gaat. De kinderrechter heeft de vader niet bevraagd over de strafzaak. Zij heeft de vader uitgelegd dat hij niet bij de strafrechter zit en dat de kinderrechter in een voogdijzaak als deze evenmin beschikt over strafrechtelijke stukken. De vader heeft aangegeven dat te begrijpen. Uit eigen beweging heeft hij het volgende gezegd over de situatie van [voornaam minderjarige] .
4.2.
De vader geeft aan erg vermoeid te zijn door het feit dat hij als verdachte is aangemerkt voor het overlijden van zijn vrouw. Hij vindt het heel erg dat hij niet alleen zijn vrouw, maar ook zijn dochter kwijt is. De vader zegt dat hij ten tijde van het overlijden van de moeder op zijn werk was. Verder zegt de vader dat hij ervan overtuigd is dat de moeder een natuurlijke dood is gestorven. De vader zegt dat de recherche heeft aangegeven dat [voornaam minderjarige] de komende twaalf weken elders zal verblijven. De vader wil dat [voornaam minderjarige] bij zijn zus wordt geplaatst. De vader zegt dat hij dinsdag op vrije voeten zal worden gesteld. Hij wil dat [voornaam minderjarige] dan bij hem komt wonen zodat hij [voornaam minderjarige] kan opvoeden.

5.De beoordeling

De benoeming van een bijzondere curator
5.1.
Ten aanzien van het verzoek tot de benoeming van een bijzondere curator overweegt de kinderrechter het volgende. Op grond van de artikelen 1:242a en 1:250, tweede lid Burgerlijk Wetboek, benoemt de kinderrechter een bijzondere curator indien de ene ouder wordt verdacht van het doden van de andere ouder, en de Raad onderzoek heeft ingesteld naar de wenselijkheid van een contact- of omgangsregeling van het kind met de ouder die verdacht wordt van het doden van de andere ouder.
5.2.
De kinderrechter zal op grond van artikel 1:250 lid Pro 2, BW ambtshalve een bijzondere curator benoemden om het belang van [voornaam minderjarige] te behartigen en haar in en buiten rechte te vertegenwoordigen, teneinde een onderzoek te doen naar de wenselijkheid en de vorm van een contact- en omgangsregeling met de vader. [voornaam minderjarige] is onder afschuwelijke omstandigheden aangetroffen met haar overleden moeder. Het is noodzakelijk dat heel zorgvuldig wordt onderzocht of het in haar belang is dat zij contact heeft met de vader en zo ja, op welke manier dat dan zou moeten en kunnen. De vader zit in voorlopige hechtenis, die onlangs is verlengd door de raadkamer gevangenhouding. De rechtbank vindt het van belang dat gedurende langere tijd een bijzondere curator betrokken is bij [voornaam minderjarige] , omdat onduidelijk is hoe haar situatie eruit gaat zien. De rechtbank bepaalt daarom dat de benoeming tot bijzondere curator in elk geval geldt voor een jaar, namelijk tot 14 augustus 2026.
5.3.
Mr. M.G. Hoogerwerf is bereid gevonden om als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe ambtshalve door de kinderrechter worden benoemd. Om de bijzondere curator de benodigde informatie te verschaffen, zullen de stukken waarover de kinderrechter beschikt in het belang van [voornaam minderjarige] worden verstrekt aan de bijzondere curator.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
benoemt tot bijzondere curator teneinde [voornaam minderjarige] te vertegenwoordigen: mr. M.G. Hoogerwerf, kantoorhoudende in Dordrecht;
6.2.
bepaalt dat deze benoeming voor [voornaam minderjarige] geldt met ingang van 14 augustus 2025 tot 14 augustus 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2025 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 28 augustus 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.