De rechtbank Rotterdam heeft op 14 augustus 2025 een beschikking gegeven waarin een bijzondere curator is benoemd voor een minderjarige die onder voogdij is gesteld van een gecertificeerde instelling na het overlijden van haar moeder. De moeder werd overleden aangetroffen en de vader is verdachte in de strafzaak rond dit overlijden. De minderjarige verblijft op een geheim adres en heeft een ernstig trauma opgelopen.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om de GI te belasten met de voorlopige voogdij en tevens om een bijzondere curator te benoemen. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen en benadrukt het belang van zorgvuldige afweging omtrent contact tussen de minderjarige en haar vader, die in voorlopige hechtenis zit. De bijzondere curator zal het belang van het kind behartigen en onderzoek doen naar de wenselijkheid en vorm van contact.
De benoeming van de bijzondere curator geldt voor een periode van één jaar. De vader, die zonder advocaat aanwezig was, gaf aan zijn dochter bij zijn zus te willen plaatsen en na zijn vrijlating voor haar te willen zorgen. De rechtbank heeft de benoeming uitvoerbaar bij voorraad verklaard en gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.