Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 9 september 2025.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
[3894/676]
Rechtbank Rotterdam
Woonstad Rotterdam vordert ontruiming van een woning vanwege de vondst van drugs, vuurwapens en een explosief tijdens een politieonderzoek. De huurder ontkent kennis van deze zaken, terwijl haar meerderjarige zoon de eigenaar verklaart te zijn. De gemeente heeft de woning niet gesloten maar een laatste waarschuwing gegeven.
De voorzieningenrechter benadrukt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is en dat nagenoeg buiten twijfel moet staan dat de huurovereenkomst zal worden ontbonden. De primaire grondslag van buitengerechtelijke ontbinding faalt omdat de woning niet is gesloten door de gemeente.
De subsidiaire grondslag op tekortkomingen in de nakoming wordt betwist door de huurder, die stelt niet op de hoogte te zijn geweest van de illegale voorwerpen en geen signalen had om maatregelen te nemen. De rechter oordeelt dat de huurder verantwoordelijk is voor personen en zaken in haar woning, maar dat onvoldoende is komen vast te staan dat zij op de hoogte was van de aangetroffen zaken.
De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van ontbinding huurovereenkomst.