Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 september 2025 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de minister voor Langdurige Zorg en Sport, de minister
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eiseres, een organisatie die zich inzet voor patiënten met myalgische encefalomyelitis (ME), maakte bezwaar tegen de Subsidieregeling patiënten- en gehandicaptenorganisaties 2024-2028. De minister verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de subsidieregeling een algemeen verbindend voorschrift betreft, waartegen geen bezwaar of beroep openstaat.
De rechtbank heeft het beroep op 27 juni 2025 behandeld en oordeelt dat de subsidieregeling inderdaad een algemeen verbindend voorschrift is. Dit volgt uit de definitie dat het gaat om een naar buiten werkende, bindende regel met algemene abstracte inhoud, die zich leent voor herhaalde concrete toepassing zonder nadere normering. De rechtbank sluit zich aan bij de minister dat de regeling gebaseerd is op artikel 2 van Pro de Kaderwet VWS-subsidies, die subsidies op het terrein van gezondheidsbevordering mogelijk maakt.
De onderdelen van de subsidieregeling waartegen eiseres bezwaar maakte, zoals het vereiste van volledige rechtsbevoegdheid van patiëntenorganisaties en het niet subsidiabel zijn van wetenschappelijk onderzoek, bevatten algemene abstracte regels. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, en zij krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door rechter S. Veling op 15 september 2025. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.