ECLI:NL:RBROT:2025:11200
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige Wajong-uitkeringsaanvraag wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op achttiende verjaardag
Eiser heeft een laattijdige aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, gericht op erkenning van duurzaam geen arbeidsvermogen vanaf zijn achttiende verjaardag of binnen vijf jaar daarna. Het UWV wees de aanvraag af, omdat eiser op zijn achttiende niet in Nederland of een EU/EER-land woonde en de medische stukken onvoldoende aanknopingspunten boden voor de vaststelling van arbeidsongeschiktheid in de relevante periode.
Eiser voerde aan dat de medische rapporten, waaronder vertaalde psychiatrische rapporten uit 2015 en 2021, voldoende waren om beperkingen aan te tonen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde echter dat de medische informatie te weinig specifiek was en dat een verslechtering na de relevante periode het vaststellen van arbeidsvermogen rond de achttiende verjaardag bemoeilijkte.
De rechtbank oordeelt dat de bewijslast bij eiser ligt vanwege de laattijdige aanvraag en dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het verzoek om een deskundigenbericht wordt niet gehonoreerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de laattijdige Wajong-aanvraag wegens onvoldoende bewijs van duurzaam geen arbeidsvermogen.