ECLI:NL:RBROT:2025:11213
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Drugs en Verkeer na rijden onder invloed van cocaïne
Eiser is op 17 april 2024 staande gehouden door de politie en getest op alcohol en drugs. Een speekseltest wees op methamfetamine/MDMA en cocaïne, waarna bloedonderzoek een cocaïnegehalte van 92 microgram per liter bloed aantoonde, boven de grenswaarde van 50 microgram. Het CBR legde op 22 mei 2024 een Educatieve Maatregel Drugs en Verkeer (EMD) op, welke bij bezwaar op 10 oktober 2024 werd gehandhaafd.
Eiser betwist de maatregel, stellende dat hij niet met cocaïne op heeft gereden en dat het bloedonderzoek niet zorgvuldig is uitgevoerd, mede vanwege het tijdsverloop en medicijngebruik. De rechtbank oordeelt dat het CBR terecht uitgaat van het proces-verbaal en aanvullende gegevens, waaronder de positieve speekseltest. De bijzondere omstandigheden rond de bloedafname worden als redelijk erkend en het medicijngebruik verklaart niet de positieve cocaïnetest.
De rechtbank wijst ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel af, omdat het opleggen van de EMD wettelijk is geborgd en het persoonlijk belang van eiser niet zwaarder weegt dan de verkeersveiligheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het CBR terecht een EMD heeft opgelegd aan eiser.