ECLI:NL:RBROT:2025:11224
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Faillietverklaring besloten vennootschap wegens onbetaalde substantiële vorderingen
De curator heeft een verzoek tot faillietverklaring ingediend tegen een besloten vennootschap (verweerster) vanwege onbetaalde vorderingen van substantiële omvang. Uit de administratie van de vennootschap onder firma en de besloten vennootschap blijkt dat er aanzienlijke rekening-courantvorderingen zijn die niet zijn voldaan. De bestuurder van verweerster erkent een openstaand bedrag van circa €80.000, maar betwist de hoogte van de vordering.
De rechtbank stelt vast dat het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt en dat er sprake is van pluraliteit van schuldeisers. De onbetaalde vorderingen en het ontbreken van middelen tot betaling leiden tot de conclusie dat verweerster in staat van faillissement verkeert. De exacte hoogte van de vordering hoeft in deze procedure niet te worden vastgesteld.
De rechtbank verklaart verweerster failliet, benoemt een rechter-commissaris en curator, en geeft de curator de bevoegdheid tot het openen van post gericht aan de gefailleerde. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
De procedure kenmerkte zich door het ontbreken van volledige administratie van verweerster en het feit dat betalingen via de bankrekening van verweerster liepen, hetgeen de vorderingen complex maakte. De curator betoogde dat er geen rechtsgrond was voor de betalingen aan verweerster, hetgeen door de rechtbank niet in detail werd beoordeeld maar wel relevant was voor het faillissement.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de besloten vennootschap failliet wegens onbetaalde substantiële vorderingen en gebrek aan middelen tot betaling.