ECLI:NL:RBROT:2025:11248

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 september 2025
Publicatiedatum
23 september 2025
Zaaknummer
C/1O/697650 / HA RK 25-354
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verwijdering van BKR-registratie in het kader van een leaseovereenkomst

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 19 september 2025 uitspraak gedaan in een verzoekschrift van een verzoeker, die vennoot is van een vennootschap onder firma, tegen BMW Financial Service Nederland B.V. De verzoeker heeft een operational leaseovereenkomst afgesloten met BMW, maar is in betalingsachterstand geraakt. BMW heeft de leaseovereenkomst ontbonden en een eindfactuur gestuurd, waarna de verzoeker verzocht heeft om de BKR-registratie te verwijderen. De rechtbank oordeelt dat de verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat hij nog geen bezwaar heeft gemaakt bij BMW tegen de BKR-registratie. De rechtbank benadrukt dat de verzoeker eerst een verzoek tot verwijdering bij BMW moet indienen voordat hij naar de rechter kan stappen. De rechtbank verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek, omdat de weg naar de rechter nog niet openstaat voor hem.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/697650 / HA RK 25-354
Beschikking van 19 september 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonende in [woonplaats] ,
verzoeker,
verschenen in persoon,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BMW FINANCIAL SERVICE NEDERLAND B.V.,
gevestigd in Breda,
verweerster,
gemachtigde mr. H.J.M. Hofman.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘BMW’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 7 april 2025, met bijlagen,
- het verweerschrift van 24 juli 2025, met bijlagen,
- de mondelinge behandeling van 8 augustus 2025 waar verzoeker en, namens BMW, mr. J.M. Wisseborn zijn verschenen .

2.De beoordeling

2.1.
[verzoeker] is vennoot van de vennootschap onder firma ‘ [naam VOF] ’ (hierna: de vof). Hij is, in ieder geval voor zichzelf en naar partijen het er in deze procedure over eens zijn ook namens de vof – de onderliggende levering van de te leasen auto is gesteld op naam van de vof en datzelfde geldt voor facturen van de maandtermijnen – een operational leaseovereenkomst aangegaan met BMW door deze in december 2023 met gebruikmaking van IDIN te ondertekenen.
2.2.
In 2024 zijn betalingsachterstanden op het leasecontract ontstaan. Nadat na sommatie niets was betaald, heeft BMW de leaseovereenkomst ontbonden waarna de auto is ingeleverd. Hierna heeft BMW een eindfactuur gestuurd die na sommatie niet betaald is en naar aanleiding waarvan een gerechtelijke incassoprocedure gestart is. BMW heeft daarnaast op naam van de twee vennoten van de vof, waaronder [verzoeker] , twee codes verwerkt bij het Bureau Krediet Registratie (hierna: het BKR). In deze zaak verzoekt [verzoeker] – zo begrijpt de rechtbank – om de openstaande geldvordering van BMW te beoordelen en BMW te veroordelen tot het verwijderen van de BKR-registratie. Omdat er tussen partijen een bodemprocedure aanhangig is over de geldvordering van BMW, beslist de rechtbank in deze zaak alleen over de BKR-registratie.
De grondslag van de BKR-registratie
2.3.
De leaseovereenkomst tussen partijen is een kredietovereenkomst. Op grond van artikel 4:32 Wet financieel toezicht zijn kredietaanbieders, zoals BMW, verplicht om deel te nemen aan een stelsel van kredietregistratie. Deze kredietregistratie wordt uitgevoerd door het BKR. De kredietaanbieders zijn daarbij ook gebonden aan het Algemeen Reglement (hierna: AR) van het Centraal Krediet Informatie Systeem.
2.4.
In het kader van de deelname aan het stelsel van kredietregistratie verwerken kredietaanbieders persoonsgegevens. Op de verwerking van die persoonsgegevens is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (EU) 2016/679 (hierna: AVG) van toepassing. Volgens artikel 3 lid 4 van het AR vindt de verwerking van persoonsgegevens door het BKR en door kredietaanbieders haar grondslag in artikel 6 lid 1 onder f AVG, omdat de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van het BKR en haar zakelijke klanten.
2.5.
Artikel 41 van de algemene voorwaarden bij de leaseovereenkomst bepaalt dat als de contracterende partij een natuurlijk persoon is, die een beroep of bedrijf uitoefent, BMW:
  • haar gegevens opvraagt bij het BKR als zij een aanvraag doet bij BMW;
  • het BKR informeert als zij de overeenkomst aangaat met BMW; en
  • het BKR informeert als zij een betalingsachterstand heeft van 60 dagen of als er andere onregelmatigheden zijn in haar betalingen.
2.6.
[verzoeker] kan op grond van artikel 21 lid 1 AVG vanwege zijn specifieke situatie
bezwaar maken tegen de verwerking van zijn betreffende persoonsgegevens op basis van
artikel 6 lid 1 onder e of f AVG. De verwerkingsverantwoordelijke, in dit geval BMW, moet het bezwaar honoreren, tenzij zij dwingende gerechtvaardigde gronden aanvoert voor de verwerking die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokken persoon. Als de verwerkingsverantwoordelijke het bezwaar niet honoreert, kan de betrokkene de rechter zo nodig om een doeltreffende voorziening vragen (artikel 79 AVG en artikel 35 UAVG).
[verzoeker] is niet-ontvankelijk in zijn verzoek
2.7.
[verzoeker] heeft, zo blijkt uit de stukken en uit zijn verklaring tijdens de mondelinge behandeling, (nog) geen bezwaar heeft gemaakt bij BMW tegen de BKR-registratie. Dat betekent dat de weg naar de rechter nog niet openstaat voor [verzoeker] ; hij moet eerst een verzoek tot verwijdering van de BKR-registratie bij BMW indienen en in een eventueel volgend verzoek aan kunnen tonen dat hij dat gedaan heeft. In artikel 44 van de algemene voorwaarden bij de leaseovereenkomst staat dat [verzoeker] zijn klacht schriftelijk moet melden bij BMW, op het adres dat in de leaseovereenkomst staat. Dat adres is [adres] te ( [postcode] ) [plaats] .
2.8.
Omdat de weg naar de rechter voor [verzoeker] op dit moment nog niet open staat, verklaart de rechtbank hem niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2025.
3961/3304/2009