In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 19 september 2025 uitspraak gedaan in een verzoekschrift van een verzoeker, die vennoot is van een vennootschap onder firma, tegen BMW Financial Service Nederland B.V. De verzoeker heeft een operational leaseovereenkomst afgesloten met BMW, maar is in betalingsachterstand geraakt. BMW heeft de leaseovereenkomst ontbonden en een eindfactuur gestuurd, waarna de verzoeker verzocht heeft om de BKR-registratie te verwijderen. De rechtbank oordeelt dat de verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat hij nog geen bezwaar heeft gemaakt bij BMW tegen de BKR-registratie. De rechtbank benadrukt dat de verzoeker eerst een verzoek tot verwijdering bij BMW moet indienen voordat hij naar de rechter kan stappen. De rechtbank verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek, omdat de weg naar de rechter nog niet openstaat voor hem.