Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord, en de aanvulling daarop;
- de repliek;
- de dupliek.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert Stichting Hef Wonen betaling van een huurachterstand van €1.955,32, vermeerderd met rente, incassokosten en proceskosten van de huurder. De huurder erkent de huurachterstand tot en met mei 2025, waarop de kantonrechter de vordering toewijst.
De rente wordt berekend vanaf de dagvaarding, 12 maart 2025, over het bedrag van de huurachterstand. Daarnaast worden incassokosten van €244,87 toegewezen op grond van artikel 6:96 BW Pro, omdat aan alle voorwaarden voor vergoeding is voldaan.
De proceskosten worden begroot op €1.041,14 en komen voor rekening van de huurder omdat hij in het ongelijk wordt gesteld. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat Hef Wonen direct kan overgaan tot executie, ondanks eventuele hoger beroep procedures.
De kantonrechter wijst alle overige vorderingen af en bevestigt hiermee de volledige toewijzing van de hoofdeis en bijkomende kosten.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand met rente, incassokosten en proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.