ECLI:NL:RBROT:2025:11287

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
24 september 2025
Zaaknummer
11663329 VZ VERZ 25-2929
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42 ROArt. 71 RvArt. 35 lid 4 UAVGArt. 3 Wet griffierechten burgerlijke zakenArt. 16 Wgbz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing verzoek tot verwijderen BKR-registraties naar afdeling Handel en Haven

De zaak betreft een verzoek van verzoeker om BKR-registraties te verwijderen. De kantonrechter heeft in een tussenbeschikking geoordeeld dat dit verzoek niet door de kantonrechter zelf, maar door de afdeling Handel en Haven van de rechtbank Rotterdam behandeld moet worden. Verzoeker had geen bezwaar tegen deze verwijzing, terwijl verweerster dit wel had omdat zij meent dat het verzoek een hernieuwde discussie betreft over een onherroepelijk vonnis en dat de BKR-registratie rechtmatig is.

De kantonrechter oordeelt dat het bezwaar van verweerster betrekking heeft op de inhoudelijke beoordeling van het verzoek en niet op de bevoegdheid van de rechter. Omdat de wet niet bepaalt dat de kantonrechter verzoeken op grond van de AVG mag behandelen, blijft de kantonrechter bij de verwijzing naar de afdeling Handel en Haven. De procedure wordt daarom overgedragen aan deze afdeling, die zal beslissen over de verdere behandeling.

Daarnaast wijst de kantonrechter verzoeker op de mogelijkheid dat er een hoger griffierecht geldt bij verwijzing, en dat verzoeker mogelijk in aanmerking kan komen voor een lager tarief bij een laag inkomen. Ook verweerster kan griffierecht verschuldigd zijn zodra zij inhoudelijk reageert. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door mr. G.A. Vriezen.

Uitkomst: De kantonrechter verwijst het verzoek tot verwijdering van BKR-registraties naar de afdeling Handel en Haven van de rechtbank Rotterdam.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11663329 VZ VERZ 25-2929
datum uitspraak: 26 augustus 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker],
woonplaats: [plaats] ,
verzoeker,
die zelf procedeert,
tegen
[verweerster] B.V.,
vestigingsplaats: Den Haag,
verweerster,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift (ontvangen op 18 april 2025), met bijlagen;
  • de tussenbeschikking van 14 mei 2025;
  • de brief van [verweerster] van 22 mei 2025;
  • de e-mail van [verzoeker] van 4 augustus 2025.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
In de tussenbeschikking van 14 mei 2025 heeft de kantonrechter voorlopig geoordeeld dat het verzoekschrift van [verzoeker] moet worden behandeld door de afdeling Handel en Haven en niet door de kantonrechter. De kantonrechter heeft daarom in de tussenbeschikking het voornemen geuit om de procedure te verwijzen naar de afdeling Handel en Haven van deze rechtbank. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich over dat voornemen uit te laten. [verzoeker] heeft de kantonrechter laten weten daartegen geen bezwaar te hebben. [verweerster] daarentegen heeft aangegeven wel bezwaar te hebben tegen een verwijzing naar de afdeling Handel en Haven. Volgens [verweerster] betreft het verzoek van [verzoeker] namelijk een poging om een inmiddels onherroepelijk vonnis tussen partijen opnieuw ter discussie te stellen. [verweerster] stelt dat de BKR-registratie van [verzoeker] rechtstreeks voortvloeit uit dat vonnis en dat de BKR-registratie is uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen. Volgens [verweerster] is geen sprake van een inhoudelijk nieuw geschil.
De kantonrechter verwijst de zaak naar de afdeling Handel en Haven
2.2.
De kantonrechter blijft bij het oordeel dat het verzoek van [verzoeker] behandeld moet worden door de afdeling Handel en Haven van deze rechtbank. Het uitgangspunt is namelijk dat verzoekschriften in eerste aanleg behandeld worden door de rechtbank (artikel 42 RO Pro), tenzij in de wet is bepaald dat de kantonrechter deze mag behandelen. Dit laatste is niet het geval voor verzoeken op grond van de AVG. De kantonrechter gaat daarbij voorbij aan het bezwaar van [verweerster] . Het bezwaar van [verweerster] ziet immers op de inhoudelijke beoordeling van het verzoek van [verzoeker] en niet op de vraag of het verzoek door de kantonrechter of de afdeling Handel en Haven behandeld moet worden. [verweerster] heeft geen redenen aangevoerd waarom het verzoek door de kantonrechter, in plaats van door de afdeling Handel en Haven, moet worden behandeld.
2.3.
De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar de afdeling Handel en Haven van deze rechtbank (artikel 71 Rv Pro). Een rechter van die afdeling beslist wat er verder met de zaak gebeurt. De partijen krijgen hier bericht over.
2.4.
Zoals reeds vermeld in de tussenbeschikking van 14 mei 2025, mogen partijen indien zij dat wensen zelf, zonder bijstand van een advocaat, procederen bij de afdeling Handel en Haven (artikel 35 lid 4 UAVG Pro).
[verzoeker] moet meer griffierecht betalen
2.5.
[verzoeker] heeft al € 90,00 aan griffierecht betaald. Doordat de kantonrechter de zaak verwijst, geldt mogelijk een hoger griffierecht. Als [verzoeker] meer griffierecht moet betalen, verstuurt het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een factuur aan [verzoeker] . Die factuur moet betaald zijn binnen vier weken na deze beschikking (artikel 3 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken).
2.6.
De kantonrechter wijst [verzoeker] erop dat een persoon die een laag inkomen en weinig vermogen heeft, mogelijk minder griffierecht hoeft te betalen. [verzoeker] moet wel zelf aangeven dat hij in aanmerking wil komen voor het lage tarief. Daarbij moet een kopie van een toevoeging of inkomensverklaring van de Raad van de Rechtsbijstand worden meegestuurd. Als die stukken nog niet beschikbaar zijn, moet een kopie van de aanvraag worden meegestuurd (artikel 16 Wgbz Pro).
[verweerster] moet nu mogelijk ook griffierecht betalen
2.7.
Doordat de kantonrechter de zaak verwijst, moet [verweerster] mogelijk ook griffierecht betalen. Als [verweerster] griffierecht moet betalen, verstuurt het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een factuur aan [verweerster] . Die factuur moet dan betaald zijn binnen vier weken nadat [verweerster] een inhoudelijke reactie op het verzoekschrift bij de rechtbank heeft ingediend.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de afdeling Handel en Haven van deze rechtbank;
3.2.
draagt de griffier op de processtukken en een kopie van deze beschikking te sturen aan de griffier van de afdeling Handel en Haven van deze rechtbank.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
62828