De rechtbank Rotterdam heeft op 18 augustus 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de terbeschikkingstelling van een ter beschikking gestelde die sinds 4 augustus 2023 onder deze maatregel valt wegens poging tot zware mishandeling en andere strafbare feiten met letsel. Het openbaar ministerie verzocht om verlenging met twee jaar, gesteund door adviezen van een psychiater en de reclassering.
De psychiater stelde vast dat de ter beschikking gestelde lijdt aan schizofrenie of een schizoaffectieve stoornis, een stoornis in het gebruik van cannabis en zwakbegaafdheid. Zonder behandeling is het risico op een nieuw geweldsdelict matig tot hoog op korte termijn en hoog op langere termijn. De reclassering constateerde onbetrouwbaarheid, middelengebruik en beperkte motivatie, waardoor het recidiverisico gemiddeld tot hoog is.
Op de zitting werd besproken dat de medicatie recent was afgebouwd en dat er onduidelijkheid bestaat over de diagnose en het behandelplan. De rechtbank concludeerde dat ondanks deze onzekerheden de maatregel verlengd moet worden om de veiligheid te waarborgen en de behandeling voort te zetten. Gezien de onduidelijkheden werd de verlenging beperkt tot één jaar met het oog op herbeoordeling.
De ter beschikking gestelde en zijn raadsvrouw hadden primair afwijzing van de verlenging gevraagd en subsidiair een verlenging van slechts één jaar. De rechtbank volgde dit laatste standpunt en besloot tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar, waarbij ook wordt gezocht naar een beschermde woonvorm en verdere behandeling.