ECLI:NL:RBROT:2025:11307
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens onbevoegdheid beroep niet tijdig beslissen
Eiser stelde het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aansprakelijk voor schade door vermeende nalatigheid en vroeg compensatie. Hij stelde dat de gemeente onrechtmatig handelde door het beëindigen van zijn uitkering in 2007 en het niet erkennen van arbeidsongeschiktheid, wat schade aan zijn persoon en bedrijf zou hebben veroorzaakt.
Eiser diende een brief in als verzoek om schadevergoeding en stelde later beroep in wegens het niet tijdig beslissen door het college. De rechtbank oordeelde dat de brief terecht werd opgevat als een verzoek om schadevergoeding en niet als een herzieningsverzoek. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen, omdat het verzoek niet als een aanvraag in de zin van de Awb kon worden aangemerkt.
Verder wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af omdat eiser niet duidelijk maakte welke besluiten onrechtmatig waren, noch de omvang van de schade onderbouwde. Ook werd het verzoek om een dwangsom afgewezen omdat de dwangsomregeling niet van toepassing was op het verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank besloot dat eiser geen recht heeft op financiële tegemoetkoming, geen griffierecht terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak werd gedaan door rechter G.B. Plomp op 26 september 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af en verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het beroep niet tijdig beslissen.