ECLI:NL:RBROT:2025:11308

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 september 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
AWB - 25 _ 2807
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand wegens niet gehoord zijn

Eiseres had een aanvraag voor bijzondere bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard op 7 november 2024 werd afgewezen. Na bezwaar bleef het college bij deze afwijzing met een besluit van 13 maart 2025. Eiseres stelde dat zij ten onrechte niet is gehoord tijdens de bezwaarprocedure. Tijdens de zitting op 11 september 2025, waaraan eiseres en haar gemachtigde via video deelnamen, werd dit beroep behandeld.

De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had voldaan aan de hoorplicht zoals voorgeschreven in artikel 7:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Ondanks dat eiseres’ gemachtigde telefonisch had aangegeven dat eiseres gehoord wilde worden en het college dit had bevestigd, werd eiseres niet gehoord. Het college kon zich het telefoongesprek niet meer herinneren, maar de rechtbank ging uit van de juistheid van de verklaring van de gemachtigde.

Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en kreeg het college de opdracht om opnieuw te beslissen op het bezwaar nadat eiseres alsnog in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed en werd het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 1.814,-. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen opnieuw te beslissen na het horen van eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/2807
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. L.C. van Kasteren),
en

het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard, het college

(gemachtigde: S. Sungurlu).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand.
Het college heeft deze aanvraag met een besluit van 7 november 2024 afgewezen.
Met een besluit 13 maart 2025 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 11 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde (beiden via een videoverbinding) en de gemachtigde van het college.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt het college op om opnieuw op het bezwaar van eiseres te beslissen, nadat eiseres in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord;
  • draagt het college op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden;
  • veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.814,-.

Motivering

1. Eiseres heeft als enige beroepsgrond aangevoerd dat het college haar in de bezwaarfase ten onrechte niet heeft gehoord. Deze beroepsgrond slaagt. Eiseres heeft gesteld dat haar gemachtigde in een telefoongesprek op 10 januari 2025 met een medewerker van het college uitdrukkelijk heeft verklaard dat eiseres wil worden gehoord en dat de medewerker van het college heeft bevestigd dat die telefonische aanmelding volstond en dat het retourneren van de ‘antwoordstrook horen’ niet noodzakelijk was. Het college heeft desgevraagd verklaard dat de desbetreffende medewerker zich de inhoud van het telefoongesprek niet meer kan herinneren. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de gemachtigde van eiseres in het telefoongesprek inderdaad uitdrukkelijk heeft verklaard dat eiseres wil worden gehoord. Gelet hierop heeft het college ten onrechte toepassing gegeven aan artikel 7:3, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht. Dat de gemachtigde van eiseres een bevestiging van het telefoongesprek naar een onjuist e-mailadres heeft gestuurd, maakt dit niet anders, evenmin als de omstandigheid dat eiseres de ‘antwoordstrook horen’ niet heeft ingevuld en aan het college heeft toegezonden. Het was bij het college immers bekend dat eiseres wilde worden gehoord.
2. Het college heeft eiseres dus ten onrechte niet gehoord. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit moet worden vernietigd. De rechtbank zal het college opdragen opnieuw op het bezwaar van eiseres te beslissen, nadat eiseres in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord.
3. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
4. De rechtbank veroordeelt het college in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2025 door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.