In deze civiele procedure vordert eiser de rechtsgeldigheid van de beëindiging van een gebruiksovereenkomst en ontruiming van een woning. Gedaagde vordert in een incident zekerheidstelling voor proceskosten van eiser, die geen woon- of verblijfplaats in Nederland heeft.
Eiser beroept zich op een uitzondering op de zekerheidstellingplicht omdat de woning eigendom van hem is en dus voldoende verhaal biedt. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende specifieke informatie heeft verstrekt waaruit blijkt dat verhaal op de woning mogelijk is, waardoor het beroep op de uitzondering faalt.
De rechtbank bepaalt de hoogte van de zekerheid op € 2.443,00, gebaseerd op liquidatietarieven en griffierecht, en beveelt eiser zekerheid te stellen binnen vier weken onder strafe van niet-ontvankelijkheid. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist.