In deze civiele procedure stond een geschil centraal tussen een autobedrijf en een ondernemer over de betaling van reparatiekosten en de teruggave van een autosleutel.
De ondernemer had in 2023 een auto gekocht van het autobedrijf en bracht deze in augustus 2024 ter reparatie. Het autobedrijf bracht € 645,45 in rekening, waarvan de ondernemer een deel onder garantie wilde laten vallen en daarom slechts gedeeltelijk betaalde. Het autobedrijf vorderde betaling van het volledige bedrag, rente en incassokosten, terwijl de ondernemer terugbetaling van het betaalde bedrag, teruggave van de autosleutel en schadevergoeding eiste.
De kantonrechter stelde vast dat de ondernemer niet als consument handelde, dat partijen een prijsafspraak hadden gemaakt voor € 645,- en dat de ondernemer dit bedrag niet kon terugvorderen. Tevens werden incassokosten en rente toegewezen. De ondernemer werd veroordeeld het resterende bedrag van € 133,62 te betalen. Het autobedrijf werd veroordeeld de autosleutel terug te geven. Een schadevergoeding aan de ondernemer werd afgewezen wegens gebrek aan onrechtmatig handelen door het autobedrijf.
De proceskosten werden aan de ondernemer opgelegd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.