Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:11379

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 augustus 2025
Publicatiedatum
26 september 2025
Zaaknummer
C/10/704023 / HA RK 25-733
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:204 lid 1 onder a BWArt. 4:225 lid 1 BWArt. 4:226 lid 1 BWArt. 4:206 lid 1 BWArt. 4:206 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming van vereffenaar voor onbeheerde nalatenschap op verzoek van de Staat

De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, verzocht de rechtbank Rotterdam om een vereffenaar te benoemen voor de nalatenschap van een overledene die in 2021 is overleden. De nalatenschap was onbeheerd omdat de erfgenamen, hoewel gevonden, het beheer niet op zich hadden genomen en de nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving was aanvaard.

De rechtbank stelde vast dat de Staat als belanghebbende kon optreden, mede omdat het Rijksvastgoedbedrijf sinds mei 2024 het beheer voerde krachtens zaakwaarneming. De nalatenschap bevatte schulden en was niet door een executeur beheerd, waardoor aan de voorwaarden voor benoeming van een vereffenaar werd voldaan.

Hoewel meer dan dertig erfgenamen waren gevonden, werden zij niet gehoord omdat het restsaldo te gering was en hun adressen onbekend waren. De rechtbank benoemde de voorgestelde advocaat tot vereffenaar en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De vereffenaar moet de benoeming bekendmaken in de Staatscourant en de griffier wordt verzocht dit in het boedelregister in te schrijven.

Uitkomst: De rechtbank benoemt de voorgestelde advocaat tot vereffenaar van de onbeheerde nalatenschap en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/704023 / HA RK 25-733
Beschikking van 15 augustus 2025
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van Volkshuisvestiging en Ruimtelijke Ordening (VRO), Rijksvastgoedbedrijf),
zetelend te Den Haag,
verzoekster,
advocaat mr. S.J. van Baasbank te Den Haag.

1.Het procesverloop

1.1.
Op 22 juli 2025 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoekster om een vereffenaar te benoemen op grond van artikel 4:204 lid 1 onder Pro a BW, met producties.
1.2.
De rechtbank heeft besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.

2.De beoordeling

2.1.
Verzoeker vraagt om [persoon A] , advocaat te [plaats 1] , tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van [overledene] (hierna: de overledene), die op [overlijdensdatum] 2021 is overleden in [overlijdensplaats] . De rechtbank wijst het verzoek toe. Hierna wordt toegelicht hoe tot dit oordeel is gekomen.
2.2.
De rechtbank kan, als een nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard door een erfgenaam, op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie een vereffenaar benoemen, wanneer er geen erfgenamen zijn, wanneer het niet bekend is of er erfgenamen zijn, of wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten (artikel 4:204 lid 1 onder Pro a BW).
2.3.
Volgens het boedelregister is de nalatenschap van de overledene niet onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. Ook aan de andere voorwaarden om een vereffenaar te benoemen is voldaan, want verzoekster is belanghebbende en de erfgenamen die bekend zijn laten haar geheel of ten dele onbeheerd. Dit wordt hierna toegelicht.
2.4.
Verzoekster is belanghebbende bij het verzoek, omdat artikel 4:226 lid 1 BW Pro bepaalt dat wanneer de vereffening is voltooid en met een overschot is geëindigd, de vereffenaar de goederen aan de Staat dient af te geven indien er geen erfgenamen zijn, niet bekend is of er erfgenamen zijn of wanneer erfgenamen niet bereid zijn de goederen in ontvangst te nemen. Daarnaast heeft de Staat, in het bijzonder het Rijksvastgoedbedrijf, sinds 23 mei 2024 krachtens zaakwaarneming (artikel 6:198 BW Pro) het beheer gevoerd over de nalatenschap, zodat zij daarvan nog rekening en verantwoording moet afleggen aan de rechthebbenden.
2.5.
Aan de andere voorwaarde om een vereffenaar te benoemen is ook voldaan, want de nalatenschap wordt niet door een executeur beheerd en de erfgenamen die bekend zijn laten haar geheel of ten dele onbeheerd. Verzoekster heeft een erfgenamenonderzoek laten uitvoeren. Daaruit volgt dat er erfgenamen zijn gevonden in de derde parenteel, dus zijnde de nakomelingen van de grootouders van de vaders- en moederskant van de overledene. Niet gebleken is echter dat zij het beheer van de nalatenschap op zich hebben genomen, want de nalatenschap is door de Belastingdienst aangemeld bij het Rijksvastgoedbedrijf als vermoedelijk onbeheerde nalatenschap.
2.6.
Verzoekster heeft ook voldoende toegelicht dat zij er een belang bij heeft als een vereffenaar wordt benoemd, omdat de nalatenschap op dit moment niet beheerd wordt, terwijl de nalatenschap wel schulden bevat. Een vereffenaar heeft tot taak om de nalatenschap te beheren en voor zover mogelijk de schulden van de nalatenschap te voldoen. Een vereffenaar heeft verder ook als taak om een nader erfgenamenonderzoek te verrichten naar de nog onbekende erfgenamen van de overledene (artikel 4:225 lid 1 BW Pro), zodat er voldoende belang is om een vereffenaar te benoemen.
2.7.
Het verzoek is gelet op het voorgaande voor toewijzing vatbaar. Op grond van artikel 4:206 lid 1 BW Pro moet de rechtbank echter, voor zover zij bestaan en bekend zijn, de erfgenamen van de overledene, de executeur en de boedelnotaris horen voordat zij beslist op het verzoek om een vereffenaar te benoemen. In dit geval heeft de rechtbank besloten om de door verzoekster gevonden erfgenamen geen brief te sturen met de vraag of zij verweer willen voeren. Uit het erfgenamenonderzoek volgt namelijk dat er een groot aantal erfgenamen zijn gevonden (meer dan dertig). Volgens verzoekster is het restsaldo van de nalatenschap te gering om te verdelen over de erfgenamen, zodat de gevonden erfgenamen naar het oordeel van de rechtbank niet in hun belangen worden geschaad als zij niet gehoord worden. Overigens zijn de adressen van de gevonden erfgenamen ook niet bekend bij de rechtbank, zodat zij ook niet kunnen worden aangeschreven.
2.8.
Het verzoek wordt gelet op het voorgaande toegewezen. De rechtbank benoemt de door verzoekster voorgestelde vereffenaar, [persoon A] (advocaat te [plaats 1] ), tot vereffenaar, die zich daartoe ook bereid heeft verklaard. De vereffenaar moet de benoeming zelf bekend maken in de Staatscourant.
2.9.
De benoeming van de vereffenaar wordt, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv Pro).

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
benoemt
[persoon A], advocaat te [plaats 1] (kantoorhoudende bij [advocatenbureau] , [adres] , [postcode] te [plaats 1] ) tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[overledene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1937,
laatstelijk wonende in [plaats 2] ,
overleden op [overlijdensdatum] 2021 in [overlijdensplaats] ,
3.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;
3.4.
verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW Pro;
3.5.
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Rotterdam, op de hoogte te stellen van deze benoeming.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2025.
3120