Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer J. Pearson, werkzaam bij JAW Advocaten, advocaat van verzoekster.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
6.De beslissing
11 augustus 2025;
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft op 8 augustus 2025 een tweede moratoriumverzoek ingediend na het verval van het eerste moratorium dat op 9 januari 2025 was toegekend. Het eerste moratorium kwam te vervallen omdat verzoekster de huurtermijnen van februari en maart 2025 niet tijdig had voldaan. De rechtbank stelt vast dat een tweede moratoriumverzoek ontvankelijk is, mits hogere eisen worden gesteld, met name omtrent de waarborging van tijdige huurbetaling.
De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming per 18 augustus 2025 en weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten, tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Gezien gewijzigde omstandigheden, waaronder een nieuw arbeidscontract tot juni 2026 en tijdige betaling van de huur voor augustus en september 2025, acht de rechtbank het belang van verzoekster zwaarder.
De voorziening wordt daarom voor vier maanden toegekend onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening en de ontruiming wordt opgeschort.
Uitkomst: De rechtbank wijst het tweede moratoriumverzoek toe voor vier maanden onder de voorwaarde van tijdige huurbetaling en verklaart het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk.