ECLI:NL:RBROT:2025:11436
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op forfaitaire compensatie kinderopvangtoeslag op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres heeft vanaf 2016 kinderopvangtoeslag aangevraagd en heeft zich gemeld voor een herbeoordeling van haar recht op toeslag op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Verweerder heeft vastgesteld dat zij op basis van de lichte toets geen recht heeft op het forfaitaire bedrag van €30.000. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar verweerder bleef bij zijn standpunt.
Eiseres stelde beroep in tegen het bestreden besluit, maar verscheen niet op de zitting. Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was vanwege gebrek aan procesbelang, maar de rechtbank oordeelde dat eiseres wel procesbelang heeft omdat niet is uitgesloten dat verweerder fouten heeft gemaakt bij de lichte toets.
De rechtbank beoordeelde de beroepsgronden van eiseres, waaronder het ontbreken van zorgvuldig onderzoek en onvoldoende motivering van het besluit. Beide gronden werden verworpen omdat het dossier voldoende duidelijkheid bood over de besluitvorming en verweerder geen compensatiebedrag heeft vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiseres geen recht krijgt op het forfaitaire bedrag en ook geen vergoeding van griffierecht of proceskosten ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter S. Veling op 1 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het afwijzende besluit op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen wordt ongegrond verklaard.