VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van een restant openstaande premie en zorgkosten van €1.105,71 van de bewindvoerder over de goederen van een verzekerde. De verzekerde stond sinds februari 2023 onder bewind. VGZ baseert haar vordering op een eerdere uitspraak en stelt dat het restant niet is voldaan.
De bewindvoerder betwist de vordering en stelt dat alle betalingen, inclusief een betalingsregeling vanaf augustus 2023, zijn nagekomen. VGZ kon onvoldoende specificeren welke betalingen waren gedaan en gaf geen recente betalingsspecificatie. De kantonrechter acht zich daardoor onvoldoende geïnformeerd en gaat ervan uit dat de betalingsregeling nog steeds geldt.
Een enkele korte vertraging in betaling leidt niet tot verval van de regeling. VGZ heeft ook geen herinneringen gestuurd bij vermeende achterstanden. De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt VGZ in de proceskosten van €50, omdat de bewindvoerder ongelijk kreeg. Een door de bewindvoerder ingediende financiële compensatie als tegeneis wordt niet inhoudelijk beoordeeld wegens te late indiening.