Partijen zijn ex-echtgenoten die in geschil zijn over een bedrag van €27.637,75 dat op 22 juni 2023 van de bankrekening van de vrouw naar die van de man is overgemaakt. De vrouw stelt dat de man dit zonder haar toestemming en medeweten heeft gedaan, terwijl de man betwist dat hij dit heeft overgemaakt en stelt dat het een schenking betreft.
De rechtbank overweegt dat de bewijslast bij de vrouw ligt en dat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat de man het bedrag zonder haar toestemming heeft overgemaakt. Zij heeft geen bewijs geleverd dat de man beschikte over haar inloggegevens of dat hij op de dag van de overboeking haar telefoon gebruikte voor deze transactie. De stelling dat de vrouw haar telefoon aan de man gaf om vliegtickets te boeken is weerlegd door stukken waaruit blijkt dat de man deze tickets eerder en vanaf zijn eigen rekening betaalde.
De rechtbank gaat er daarom vanuit dat sprake is van een schenking. De vrouw heeft ook geen beroep gedaan op vernietigbaarheid van de schenking wegens misbruik van omstandigheden, noch voldoende feiten gesteld om een omkering van de bewijslast toe te passen. Gezien het patroon van wederzijdse schenkingen tussen partijen en familie wekt de schenking geen bijzondere twijfel.
De vorderingen van de vrouw worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.