Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens houdende vorderingen in reconventie;
- de mondelinge behandeling van 23 september 2025;
- de pleitnota van [bedrijf A] ;
- de pleitnota van [holding B] .
3.De feiten
[holding B] in de periode vanaf 1 september 2022 tot en met 31 december 2025;
[bedrijf A] in de periode vanaf 31 december 2025 tot en met 31 december 2027,
[bedrijf A] in de periode vanaf 31 december 2027;
in de situaties genoemd onder de punten (i) en (ii) de beperking onder artikel 11.2 (non-concurrentie) voor respectievelijk [bedrijf A] en [holding B] niet van toepassing zal zijn;
de koopprijs van de Aandelen en/of de Cumprefs gelijk zal zijn aan de Marktwaarde op het moment van de Kennisgeving, waarbij de deskundige het niet van toepassing zijn van het non-concurrentiebeding in de gevallen genoemd onder (i) en (ii) in de waardering zal betrekken;
4.Het geschil
5.De beoordeling in conventie
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
6.De beoordeling in reconventie
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)