De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot adoptie en voornaamswijziging van een minderjarige geboren in 2016. De biologische moeder gaf toestemming via een notariële voogdijvolmacht. De erkenning door de biologische vader was vernietigd, en de vader is onbekend. Verzoekers, die de Nederlandse nationaliteit bezitten, zijn sinds 2017 voogd en toeziend voogd over de minderjarige en zorgen voor hem.
De rechtbank constateerde dat de adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is en dat redelijkerwijs te voorzien is dat de minderjarige niets meer van zijn biologische ouders als ouder kan verwachten. De rechtbank kon niet met zekerheid vaststellen welke nationaliteit de minderjarige momenteel bezit, maar Nederlands en Surinaams recht zijn op het punt van toestemming gelijkluidend.
Verder werd het verzoek tot inschrijving van de geboorteakte in de Nederlandse registers toegewezen, evenals de toevoeging van een latere adoptieaantekening. De voornamen van de minderjarige werden gewijzigd conform het verzoek, mede op basis van het kindgesprek waarin de minderjarige instemde met de wijziging.
De beschikking werd op 3 oktober 2025 uitgesproken door kinderrechter J. van den Bos. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.