ECLI:NL:RBROT:2025:11877

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 september 2025
Publicatiedatum
13 oktober 2025
Zaaknummer
C/10/706034 / KG ZA 25-888
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 29a lid 1 RvArt. 705 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing conservatoire beslagen wegens schending artikel 21 Rv bij voorgenomen levering onroerende zaken

In deze zaak gaat het om een kort geding waarin eiser opkomt tegen conservatoire beslagen die beslaglegger heeft gelegd op de onverdeelde helft van twee onroerende zaken. De beslagen zijn gelegd naar aanleiding van een leningsovereenkomst tussen beslaglegger en de beslagene, waarbij de terugbetalingstermijn is verstreken zonder betaling.

Eiser stelt dat de beslagen onrechtmatig, onnodig en disproportioneel zijn en dat beslaglegger artikel 21 Rv Pro heeft geschonden door niet te vermelden welke zekerheid zij bezit die relevant is voor de vordering. Tevens wijst eiser op het feit dat het geschil zich buiten Nederland afspeelt en dat een belangenafweging in zijn voordeel moet uitvallen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat spoedeisendheid voor opheffing niet vereist is en verwerpt dat verweer. De voorzieningenrechter stelt vast dat beslaglegger in strijd met artikel 21 Rv Pro heeft gehandeld door het niet vermelden van een relevante zekerheid, namelijk een pandrecht verbonden aan een koopovereenkomst tussen de echtgenote van de beslagene en beslaglegger. Ondanks betwisting van die koopovereenkomst door de echtgenote, leidt dit niet tot een ander oordeel.

Op grond hiervan worden de beslagen op de onroerende zaken opgeheven en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Verdere beslissingen worden aangehouden tot een latere datum.

Uitkomst: De voorzieningenrechter heft de conservatoire beslagen op de onverdeelde helft van twee onroerende zaken op wegens schending van artikel 21 Rv.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/706034 / KG ZA 25-888
Proces-verbaal van de mondelinge deeluitspraak in kort geding van 29 september 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te Kapellen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. E.S. Ebels,
tegen
[gedaagde],
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde (beslaglegger),
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. R. Sekeris,
en
[naam 1]
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,
op de voet van artikel 705 lid 3 als Pro beslagene in dit kort geding opgeroepen,
hierna te noemen: [naam 1],
niet verschenen.
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Rotterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Scheuller als griffier.
Aanwezig zijn mr. E.S. Ebels en [naam 2], bestuurder van [gedaagde], bijgestaan door mr. R. Sekeris.
De voorzieningenrechter gaat over tot de mondelinge behandeling. Partijen lichten ter zitting hun standpunten nader toe. Vervolgens deelt de voorzieningenrechter mee dat zij voornemens is mondeling uitspraak te doen op dat deel van de vorderingen dat ziet op de opheffing van de beslagen op de twee onroerende zaken waarvan de levering op 30 september 2025 gepland staat. Na de schorsing doet de voorzieningenrechter mondeling uitspraak op de voet van artikel 29a lid 1 Rv. De uitspraak luidt als volgt.

1.De beoordeling

1.1.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 5 augustus 2025 aan [gedaagde] voor een op € 1.040.000,- begrote vordering verlof verleend voor het leggen van conservatoire beslagen op de onverdeelde helft van [naam 1] in vier onroerende zaken. [gedaagde] en [naam 1] hebben op 31 mei 2023 een leningsovereenkomst gesloten, waarin zij hebben afgesproken dat [gedaagde] een bedrag van € 800.000,- uitleent aan [naam 1]. De termijn voor terugbetaling is inmiddels verstreken zonder dat [naam 1] iets betaald heeft.
1.2.
[eiser] komt in dit kort geding op tegen de beslagen stellende dat deze onrechtmatig, onnodig, disproportioneel en in strijd met het subsidiariteitsbeginsel zijn. [eiser] stelt verder dat [gedaagde] artikel 21 Rv Pro heeft geschonden, wijst erop dat het geschil tussen [gedaagde] en [naam 1] zich buiten de Nederlandse rechtssfeer afspeelt en dat een belangenafweging in zijn voordeel moet uitvallen. [gedaagde] voert verweer tegen de vorderingen en concludeert tot afwijzing.
1.3.
Vooropgesteld zij dat voor de opheffing van een conservatoir beslag spoedeisendheid geen vereiste is, zodat het daarop gerichte verweer wordt verworpen. Wat er ook zij van alle andere voor opheffing aangevoerde gronden, de voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagde] in strijd met artikel 21 Rv Pro heeft gehandeld. Zij heeft in het beslagrekest nagelaten een, ook voor de begroting van de vordering relevante, zekerheid waarover zij beschikt, te vermelden. Die zekerheid houdt verband met het volgende. De echtgenote van [naam 1] heeft een pand ter waarde van € 800.000,- voor € 400.000,- verkocht aan [gedaagde] en uit de Allonge bij die koopovereenkomst volgt dat er een onlosmakelijk verband is met de schuld van [naam 1] aan [gedaagde]. Dat de echtgenote van [naam 1] de koopovereenkomst betwist, leidt niet tot een ander oordeel.
1.4.
Het hiervoor overwogene leidt ertoe dat de beslagen op [adres 1] en [adres 2], worden opgeheven, welke beslissing uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Omdat de voorzieningenrechter zelf opheft, komt zij niet toe aan de impliciet subsidiair gevorderde dwangsom.
1.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden tot 13 oktober 2025.

2.De beslissing

De voorzieningenrechter
2.1.
heft op de op 6 augustus 2025 ten laste van [naam 1] gelegde conservatoire beslagen op de onverdeelde helft van de onroerende zaken aan [adres 1] en [adres 2],
2.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
2.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.
[3608/2009]