ECLI:NL:RBROT:2025:11912
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beslag op bijstandsuitkering van instellingbewoner
Eiser, die in een instelling verblijft, ontvangt een bijstandsuitkering op grond van een lagere norm conform artikel 23 van Pro de Participatiewet. Het college heeft een bedrag van €138,10 per maand ingehouden op zijn uitkering vanwege een beslagprocedure van GGN Mastering Credit.
Eiser betoogt dat de inhouding te hoog is en dat zijn inkomen lager is dan de beslagvrije voet, waarbij hij een normbedrag van €296,35 aanvoert. De rechtbank stelt vast dat de toepasselijke norm voor een alleenstaande in een inrichting €414,31 bedraagt, met een toeslag van €42,-, en dat slechts een derde van deze norm beschermd is tegen beslag.
De rechtbank oordeelt dat het college binnen de wettelijke kaders heeft gehandeld en de beslagvrije voet correct heeft toegepast. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen omdat het college dit voldoende heeft gemotiveerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het college mag €138,10 per maand inhouden op zijn bijstandsuitkering.