Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 februari 2025, met bijlagen;
- de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord;
- de repliek, met bijlagen;
Rechtbank Rotterdam
CZ Zorgverzekeringen vordert van de polishouder betaling van een bedrag van €136 aan eigen risico en eigen bijdrage voor zorgkosten van hemzelf en meeverzekerden. De polishouder betwist de vordering deels, omdat hij meent dat de eigen bijdrage onterecht is opgelegd voor zijn ex-partner en minderjarige kind. Tevens voert hij aan slachtoffer te zijn van de toeslagenaffaire en dat deze vordering daarin meegenomen had moeten worden.
De kantonrechter oordeelt dat de polishouder tot 23 februari 2024 verantwoordelijk was voor de zorgverzekering van zijn ex-partner, omdat de polis pas toen gesplitst werd. Ook is vastgesteld dat de eigen bijdrage geldt voor alle leeftijden, inclusief minderjarige kinderen. De vordering ziet op een periode na 1 juni 2021, waarna schulden uit de toeslagenaffaire via de Kredietbank Rotterdam zijn voldaan, zodat deze vordering daar niet onder valt.
De kantonrechter wijst de vordering van CZ toe en veroordeelt de polishouder tot betaling van €136 eigen risico en eigen bijdrage, €7,15 rente, €40 incassokosten en €381,14 proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: Polishouder wordt veroordeeld tot betaling van €136 eigen risico en eigen bijdrage, plus rente, incassokosten en proceskosten.