Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- W. Balgowind, werkzaam bij Fresh Start Bewindvoering (hierna: beschermingsbewindvoerder);
- mr. M.A. Visser, advocaat van verweerster.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster is door de kantonrechter veroordeeld tot ontruiming van haar woning. Een eerder moratorium werd toegekend onder de voorwaarde dat lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Verzoekster betaalde echter de huur van mei 2025 niet tijdig, waardoor het eerste moratorium verviel.
Verzoekster diende een tweede moratoriumverzoek in, gesteund door schuldhulpverlening en een beschermingsbewindvoerder die haar financiële situatie stabiliseerden. De rechtbank oordeelde dat ondanks het vervallen van het eerste moratorium, een tweede verzoek ontvankelijk is en dat gewijzigde omstandigheden een nieuwe toewijzing rechtvaardigen.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven en haar schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder dan het belang van de verhuurder om het ontruimingsvonnis uit te voeren. Daarom wordt het tweede moratorium voor vier maanden toegekend onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het tweede moratoriumverzoek toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor vier maanden op onder de voorwaarde van tijdige huurbetaling.