ECLI:NL:RBROT:2025:12061
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: geen recht op forfaitaire compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen heeft na een lichte toets vastgesteld dat zij niet in aanmerking komt voor een herstelmaatregel en dus geen recht heeft op het forfaitaire bedrag van € 30.000,-. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, omdat het resultaat dat eiseres nastreeft nog kan worden bereikt en feitelijk betekenis heeft. De kern van het geschil is of de Dienst Toeslagen terecht heeft vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor de herstelmaatregel. Eiseres betoogt dat zij wel recht heeft op compensatie vanwege onterechte stopzettingen van kinderopvangtoeslag in eerdere jaren en dat het toeslagjaar 2005 ten onrechte buiten beschouwing is gelaten.
De rechtbank stelt vast dat de Dienst Toeslagen bij de lichte toets niet alle feiten en omstandigheden hoeft te onderzoeken, maar alleen moet beoordelen of er op het eerste gezicht sprake is van institutionele vooringenomenheid of hardheid van het wettelijke systeem. Op basis van het dossier is dit niet aannemelijk. De vermeende terugvorderingen in de jaren 2007, 2010 en 2011 blijken te berusten op reguliere wijzigingen of door eiseres zelf doorgegeven stopzettingen. Het betoog over 2005 kan aan de orde komen in de bezwaarprocedure tegen een later besluit.
Ook het snelle beslissen door de Dienst Toeslagen na een eerdere uitspraak van de rechtbank leidt niet tot de conclusie dat het besluit onzorgvuldig is genomen. De rechtbank bevestigt dat eiseres geen recht heeft op het forfaitaire bedrag en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen recht op het forfaitaire bedrag van € 30.000,-.